terug naar indexpagina
lees hier de biografie
boeken
prints
schilderijen
links
contact

 

Geronimo

Op 17 februari 2009 was het precies 100 jaar geleden dat in de buurt van Fort Sill, Oklahoma, Geronimo, de legendarische Apache krijger, overleed. Hoewel het slechts een voetnoot in de geschiedenis is, kwam met zijn dood een einde aan het leven van de laatste grote Indiaanse verzetsstrijder in Noord Amerika die het gewaagd had jarenlang de macht van de Verenigde Staten te weerstaan. Geronimo’s naam was hierdoor synoniem geworden met de tragische laatste grote Indiaanse oorlogen, de laatste in een lange rij van heroische leiders die hun volk in een wanhopige strijd voorgingen om weerstand te bieden aan Manifest Destiny, de wijdverbreide overtuiging van de immer oprukkende blanke kolonisten dat het hun Godgegeven recht was het hele continent van kust tot kust voor zich op te eisen zonder acht te slaan op de rechten van de oorspronkelijke bewoners. Het was zelfs jarenlang officieel federaal beleid. Geronimo was het laatste symbool van die hopeloze strijd.
Geronimo, 1886
Rond 1823 werd Goyathlay, He who Yawns, geboren aan de bovenloop van de Gila rivier, in wat nu het grensgebied van Arizona en New Mexico is. Officieel werd dit gebied geclaimd door Mexico, maar feitelijk behoorde deze regio tot wat Apacheria genoemd werd, het land van de Apaches. De Apaches vormden niet één volk, maar waren verdeeld in tal van verschillende groeperingen die weliswaar taalkundig aan elkaar verwant waren, en een gemeenschappelijke oorsprong kenden, maar die politiek volkomen autonoom waren en zichzelf als aparte volken beschouwden. Het gebied waar Goyathlay geboren werd, behoorde tot de Bedonkohes, een van de vier groepen van de Chiricahua Apaches. De totale bevolking van deze vier groepen was in die tijd ongeveer 3000. Goyatlhaly had drie broers en vier zusters en groeide op zoals alle andere Chiricahuas. Zijn volk voelde een diepe relatie met het land en Goyathlay leerde het kennen als zijn broekzak. Voor latere blanken was het een droog, warm en dor landschap, maar de Chiricahuas wisten dat Usen, Levengever, het speciaal voor de Chiricahuas had geschapen en dat zij er onlosmakelijk mee verbonden waren.
Human Tigers
Goyathlay verloor al op jeugdige leeftijd zijn vader en de jonge Bedonkohe nam vele taken over. Hij werd een erkend jager en op 17 jarige leeftijd werd hij toegelaten tot de raad van krijgers. Niet lang daarna trouwde hij een meisje van de Nedni’s, de meest zuidelijke Chiricahua groep. Haar naam was Alope en ze kregen drie kinderen. Daarnaast zorgde Goyathlay ook voor zijn moeder.
De Chiricahuas hadden toen al een lange geschiedenis van bloedige conflicten met de Spaanse veroveraars die vanuit het zuiden van Mexico waren gekomen om ook deze noordelijke regio’s te onderwerpen. Maar het was deze conquistadores nooit gelukt de Chiricahuas uit hun bergen te verdrijven of hun wil op te leggen. Aan het begin van de 19e eeuw was het Spaanse wereldrijk ernstig verzwakt en in 1821 werd Mexico onafhankelijk. De nieuwe staat had wel de wil maar niet de middelen om de Chiricahuas en andere Indianen te onderwerpen. Indiaanse landrechten werden niet erkend en van tijd tot tijd werden legereenheden uitgestuurd om de Chiricahuas duidelijk te maken dat zij de autoriteit van de nieuwe natie dienden te erkennen. De Apaches reageerden met tal van wijdverbreide rooftochten en rond 1840 waren hun krijgers heer en meester in de noordelijke Mexicaanse grensstreken. Mexicaanse gemeenschappen opereerden vaak autonoom en grensstadjes als Janos, Fronteras en Arizpe sloten vaak op eigen houtje vrede met Chiricahua leiders in de hoop met rust te worden gelaten en om handel te drijven.
Geronimo...
In maart 1851 was een groep Bedonkohes, waaronder Goyathlay, naar het zuiden gereisd op handelsmissie. Maar terwijl de mannen in het Mexicaanse stadje Janos waren, sloeg het noodlot toe. Mexicaanse soldaten overvielen het vreedzame Apache dorp en moordden het grotendeels uit. Onder de doden waren Alope, de drie kinderen en Goyathlays oude moeder. De jonge krijger was door verdriet overmand, maar al snel sloeg dit verdriet om in haat, haat jegens de Mexicanen en hij zwoer wraak zo lang hij zou leven.
In de cultuur van de Chiricahuas was het traditie om een misdaad altijd te vergelden en krijgers van alle Chiricahua groepen verenigden zich om revanche te nemen voor de slachtpartij. Het kwam tot een grootschalig gevecht met Mexicaanse soldaten en Goyathlay was overal. Ergens gedurende dit gevecht viel Goyathlay zodanig op dat een angstige Mexicaan GERONIMO!!! schreeuwde en vanaf dat moment was Goyathlay voorgoed Geronimo. Zelfs de Apaches zelf gingen deze naam gebruiken. De Chiricahuas behaalden een grote overwinning, maar voor Geronimo was het nog niet genoeg; jarenlang was hij lid van of leidde zelf krijgsgroepen tegen Mexico. De moord op zijn familie had hem voor altijd veranderd.
Intussen verschenen de eerste blanke Amerikanen in het land van de Chiricahua Apaches. Het waren landmeters en regeringsambtenaren die de nieuwe grenzen kwamen bepalen met Mexico dat de 1846-48 oorlog met de V.S. verloren had en grote regio’s in het noorden had afgestaan. En in 1853 kochten de Amerikanen er nog een stuk land bij, de zog. Gadsden Purchase. Door deze ontwikkelingen kwam nu een groot deel van het Chiricahua land binnen de V.S. te liggen en een kleiner deel binnen Mexico. Beide landen negeerden volledig de Apache landrechten.
Geronimo, 1905
Toch waren de Chiricahuas de Amerikanen in die eerste jaren welgezind. Er vestigden zich slechts weinig kolonisten in het gebied, alleen mijnwerkers bouwden een aantal kleine nederzettingen. Geleidelijk kwamen er meer blanken en de regering in Washington achtte het noodzakelijk een aantal legereenheden naar Apacheria te sturen ‘om de orde te handhaven’. Er werden agenten aangesteld die contacten met de Chiricahuas dienden te onderhouden en, ondanks enkele incidenten, leek het erop dat de vrede stand kon houden.
Maar in 1861 werd Cochise, de belangrijkste Chiricahua chief, ten onrechte van diefstal en ontvoering beschuldigd door het Amerikaanse leger. Zijn broer en andere familieleden werden gevangen genomen en vervolgens opgehangen door soldaten en vanaf dat moment was het oorlog. Geronimo werd een belangrijke krijgsleider voor Cochise en leidde talloze krijgstochten.
Na meer dan 10 jaar van voortdurende gevechten en schermutselingen, sloot Cochise vrede en werd een groot reservaat vastgesteld voor de Chiricahuas. Ook Geronimo was bereid hier een bestaan op te bouwen; Mexico bleef een diep gehate vijand.
Het reservaat werd na vier jaar gesloten omdat Washington een concentratiepolitiek voorstond en de Chiricahuas naar het dorre San Carlos reservaat dienden te verkassen. Geronimo weigerde en week met zijn volgelingen uit naar New Mexico. Toch probeerde Geronimo diverse keren zich aan het reservaatsbestaan aan te passen, maar in 1881 deden geruchten de ronde dat de Chiricahua leiders gearresteerd zouden worden en verschenen grote aantallen soldaten op het San Carlos reservaat. Samen met Naiche, de jongste zoon van Cochise, en meer dan 100 volgelingen, vluchtte hij naar Mexico waar al meer Chiricahuas naartoe waren uitgeweken. Een jaar later bevrijdden deze vrije krijgers nog eens honderden Apaches, maar in 1883 overtuigde generaal Crook Geronimo en de andere leiders ervan het nogmaals te proberen op een reservaat, nu aan Turkey Creek in het Fort Apache reservaat.
Blanken die Geronimo in die periode beter leerden kennen,erkenden zijn moed en vastberadenheid, maar vonden hem weinig sympathiek. Jaren van oorlog en verraad hadden hem hard gemaakt, een intelligente man, maar even paranoide als nieuwsgierig, en, in de ogen van de blanken, onbetrouwbaar. Zij zagen niet zijn zorg voor zijn familie en volgelingen en begrepen niets van zijn positie als medicijnman.
Ook op het Fort Apache reservaat bleven de levensomstandigheden erbarmelijk en bovendien bemoeiden de blanken zich met allerlei prive aangelegenheden. Daarnaast deden opnieuw geruchten de ronde dat Geronimo en andere leiders gearresteerd zouden worden. Later bleek dat er inderdaad plannen waren om Chiricahua leiders te laten berechten. Maar Geronimo wachtte de ontwikkelingen niet af en in mei 1885 braken hij, Naiche en meer dan 40 krijgers met hun gezinnen opnieuw uit. Honderden soldaten zetten de achtervolging in, maar waren niet bij machte de Chiricahuas in te sluiten. De Chiricahuas weken uit naar Mexico en verdwenen in het uitgestrekte en onherbergzame Sierra Madre gebergte. Amerikaanse patrouilles staken de grens over, geleid door Apache verkenners. Daarbij waren nog eens honderden en later duizenden Mexicaanse soldaten naar de Chiricahuas op zoek. Geronimo kende het land als geen ander en ontweek alle belagers. De Chiricahuas wilden hun vrijheid niet opgeven, maar wilden eigenlijk evenmin oorlog en toen hen woord bereikte dat generaal Crook opnieuw met hen wilde praten, stemden Geronimo en Naiche toe. In maart 1886 kwamen de leiders naar een vredesoverleg met Crook en ruim de helft besloot met de generaal mee te gaan. Geronimo, Naiche en bijna 40 Chiricahuas wantrouwden de generaal en de beloften en vluchtten nog dieper Mexico in.
Duizenden Mexicaanse en Amerikaanse soldaten waren nu op hun bloed uit, maar Geronimo was hen maandenlang telkens te slim af. Uiteindelijk wisten twee Apache verkenners contact met de Chiricahuas te leggen en hen te overtuigen om de vredesvoorwaarden van de nieuwe generaal, Miles, te aanvaarden. Dit hield in dat ze twee jaar met hun gezinnen in gevangenschap in Florida moesten doorbrengen voordat ze konden terugkeren naar het reservaat. Moe, maar niet verslagen, stemden de laatste vrije Chiricahuas in.
Maar, zoals zo vaak, hielden de blanken hun woord niet, Geronimo, Naiche en de andere krijgers werden meer dan een jaar van hun families gescheiden gehouden en de twee jaar krijgsgevangenschap gingen voorbij. Kinderen werden bij hun ouders weggehaald en naar kostscholen gestuurd en ziekten eisten honderden slachtoffers, waaronder ook echtgenotes, kinderen en andere familieleden van Geronimo.
Last Holdouts
In 1894 werden de overlevende krijgsgevangenen niet naar hun thuisland, maar naar Fort Sill, Oklahoma gebracht waar zij in armoede hun dagen sleten. Geronimo zelf werd in die tijd steeds meer gezien als een icoon van het oude westen en zijn faam groeide gestaag, miljoenen mensen waren gefascineerd door deze ‘menselijke tijger’. Zijn naam kreeg bijna mythische proporties. Geronimo werd een nationale beroemdheid en hij verkocht foto’s van zichzelf met een handtekening, zelf gemaakte pijl en bogen en zelfs de knopen van zijn jas. Hiermee vergaarde de oude krijger een aanzienlijke hoeveelheid geld waarmee hij hulpbehoevenden ondersteunde. Hij nam deel aan diverse tentoonstellingen en reed mee in de inauguratieparade van de nieuwe president Roosevelt in 1904. Maar Geronimo bleef meer dan wat ook verlangen naar een terugkeer naar zijn geboorteland. In 1905 kwam zijn autobiografie uit en de oude krijger hield tegelijkertijd een indrukwekkend pleidooi voor zijn volk dat naar Arizona wilde terugkeren. President Roosevelt voelde zelfs wel enige sympathie, maar stond het niet toe omdat de blanken in Arizona weigerden de Chiricahuas in ‘hun’ staat toe te laten.
In 1909 gaf de oude krijger de geest, tot aan zijn dood een krijgsgevangene en banneling. Pas in 1913, meer dan 27 jaar na de beloften van generaal Miles, werd het krijgsgevangenschap van de Chiricahuas opgeheven en keerden de meesten terug naar het Zuidwesten; niet naar Arizona, maar naar het reservaat van de Mescalero Apaches in centraal New Mexico. Geronimo geloofde in vrijheid en zelfbeschikking en riskeerde daarvoor zijn leven en dat van zijn naasten; hij was de leider van de laatste vrije Indianen in Noord Amerika.
Old Man Geronimo